Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Geschiedenis van Mongolië

opgemaakt door Bert Gevaert

enkele bronnen:

  • ALLEN, B. Edge of Blue heaven: A journey through Mongolia (Londen,1999)
  • MAN, J., Genghis Khan: life death and resurrection (Londen, 2005)
  • MARSHALL, R., Opkomst en ondergang van het Mongoolse keizerrijk: van Chinggis Khaan tot Koebilai Khaan (Baarn,1993).
  • MAYHEW, B., Mongolia: Discover a land without fences (Singapore,2003)
  • STUART, S, In het Rijk van Dzjengis Khaan: een reis onder de nomaden (Amsterdam,2000).

1. Vroegste geschiedenis van de Mongolen

Vanaf de 9de eeuw v.Chr. kwamen de eerste sedentaire beschavingen in het zuiden in aanraking met de nomadische ruiters, die van tijd tot tijd verschenen, soms de steden en dorpen aanvielen en plunderden en dan weer verdwenen. Hierbij viel het op dat deze nomaden enkel gebruik maakten van cavalerie, die precisie in het hanteren van pijl en boog combineerden met de snelheid van hun paarden. Omdat de Mongolen zelf niet sedentair waren koesterden ze weinig respect voor landbouwers: in hun ogen waren het slechts mensen die leefden op handen en knieën, wroetend in de aarde en nog minder waard dan een paard! Zelf deden de Mongolen ook niet aan mijnbouw of aan de ontwikkeling van technologieën, zodat ze voor hun wapens, metalen (goud en zilver), zijde,… afhankelijk waren van andere beschavingen. De ‘handel’ was bijzonder eenzijdig, want de nomaden hadden behalve wol en dierenhuiden niet veel aan te bieden, de stap naar plundering van naaste buren was in hun ogen dan ook een logische oplossing. Zo ontwikkelden de Mongolen ‘handelsrelaties’ met de Chinezen: Deze zagen de Mongoolse strooptochten als een noodzakelijk kwaad dat ze zo goed mogelijk moesten proberen te overleven of met enorme afkoopsommen kon verhinderen…

 
Het eerste grote rijk dat de nomadische ruiterstammen vestigden was dat van de Turken, die uiteindelijk in Anatolië zouden neerstrijken. Vanaf de 6de tot de 7de eeuw heersten zij over een rijk dat geheel uit steppen bestond en zich uitstrekte van de Chinese grens tot aan de Zwarte Zee. Na de ineenstorting van hun rijk, kwamen de Oejgoeren, een half-nomadisch volk dat regeerde tot de 12de eeuw. Deze werden opgevolgd door de Kitan en vervolgens door de Joetsjen uit Mantsjoerije. De Joetsjen waren niet sterk geïnteresseerd in Mongolië, maar concentreerden zich op China, waar ze de Tsjin-dynastie stichtten. Deze dynastie zou al gauw het hoofd mogen bieden aan het opkomende Mongoolse rijk.
fragment uit strip Cingis Qan van Griffo

2.Chinggis Khaan (Temoedjin)

2.1.      Een woordje over de spelling van zijn naam

 

Er bestaan tal van schrijfwijzen voor de naam van Chinggis Khan: Genghis Khan, Chingis Khaan, Djingiz Chan, Genghis Khan, Djengis Khan, Djenghis Khaan, Djengis Khaan en zelfs Qingis Khaan.

De schrijfwijze die echter de correcte uitspraak van zijn naam het meest benadert is Chinggis Khaan. Ze komt voor bij Mongoolse transcripties van zijn naam en lijkt ons dan ook het meest gebruikelijk.

 

2.2.      Inleiding

 

Toen Temoedjin in 1162 het levenslicht zag, was er van het grootse, woeste steppenvolk van de Mongolen nog helemaal geen sprake. Op politiek vlak stelde Mongolië niets voor: het kende voortdurende stammentwisten na de leemte die was ontstaan ten gevolge van het verslaan van de Kitan. De Chinezen hadden natuurlijk alle baat bij deze stammentwisten en moedigden deze zelfs aan.   In Temoedjins jeugd waren de Tataren, dank zij de steun van de Tsjin (variante schrijfwijze: de Kin), de machtigste stam, die net zoals de Mongolen in Oost-Mongolië leefden…

 

Tegenover deze achtergrond werd Temoedjin de grote man, hoewel niets er op wees dat hij en zijn opvolgers er zouden in slagen om gedurende tweehonderd jaar het grootste rijk ter wereld in stand te houden.

Chinggis Khaan

2.3. Jeugd en eerste stappen naar de macht

Volgens de Geheime Geschiedenis van de Mongolen, het grote Mongoolse geschiedeniswerk over het leven van de grote Khaan, werd de jonge Temoedjin geboren met een bloedklontertje in zijn vuist, een symbool voor de bloeddorst die zijn verdere leven zou kenmerken. 
Temoedjins jeugd is niet gemakkelijk geweest: Op negenjarige leeftijd werd hij door zijn vader, naar aloude Mongoolse traditie, bij zijn toekomstige schoonfamilie gebracht, waar hij zou moeten leven tot aan zijn 14de jaar. Kort hierna werd zijn vader door een rivaliserende stam vergiftigd door de Tataren. In principe zou Temoedjin nu de leider van zijn stam, de Mangholen, moeten zijn, maar niemand wenste een jongen als leider te accepteren dus werden hij en zijn familie in de steek gelaten. Hij en zijn familie leefden nu opgejaagd door vijandelijke stammen, als arme nomaden en voedden zich vooral met wilde bessen en marmotten. Eén lichtpunt was Temoedjins vriendschap met Djamoeka, een jongen van een andere clan. Djamoeka werd zijn anda
De anda was een uniek Mongools concept waarbij twee goede kameraden uit verschillende stammen broederschap zweerden.
Hoe dan ook was het een harde strijd om het bestaan, Temoedjin zou zelfs tijdens een twist om de jachtbuit zijn halfbroer vermoord hebben. Wellicht werd hij omwille van deze misdaad gevangen genomen door de Taidjoet, verwanten van zijn halfbroer, en verplicht om gedurende enkele maanden een houten schandbord om zijn nek te dragen. Hij kon gelukkig ontsnappen maar diende zich schuil te houden voor de Taidjoet. 
Op 16-jarige leeftijd huwde hij Börte, maar zij werd ontvoerd door de vijandelijke stam van de Merkitten. Met de hulp van Djamoeka kon Temudjin zijn vrouw bevrijden, maar tot zijn grote ontgoocheling bleek ze zwanger te zijn. Haar eerste kind Jodji zou voor altijd achtervolgd worden door het stigma van mogelijke onwettigheid. De stam van de Merkitten werd uitgeroeid:
“Hemel en aarde hebben mijn kracht gesterkt. De machtige heeft me getekend, moeder aarde heeft me naar hier gebracht. Met mannelijke wraak hebben we de boezem van de Merkitten leeggemaakt, hun lever verscheurd. We hebben hun bedden leeggemaakt, hun familieleden uitgeroeid. Wat overbleef hebben we geroofd…”
 
Na de succesvolle veldtocht tegen de Kereit kreeg Temudjin de smaak van het oorlogsvoeren te pakken, maar de rivaliteit tussen hem en Djamoeka werd steeds groter. Uiteindelijk werd Temoedjin gekozen tot ‘Khaan van de Mongolen’, om het met de woorden van zijn tijdgenoten te zeggen:
Hij kleedt de zijnen met zijn eigen kleren, hij laat ze op zijn eigen paard rijden; om het volk tot rust te brengen en de staat te besturen, is hij ongetwijfeld de geschikte man!
We willen jou tot Khaan maken!
 
Zo werd Chinggis, ten nadele van Djamoeka, Khaan van een gedeelte van de Mongolen, hoewel zijn aanhang nog niet groot was. Toch geloofde hij in zichzelf, zo verklaarde hij:
“ Mijn kracht wordt versterkt door de Hemel en aarde. Voorbestemd door de Machtige Hemel, werd ik hier gebracht door Moeder aarde”
2.4. De macht groeit
 
Temoedjins macht werd nog groter door een alliantie met de anda van zijn vader, Toghril, die hoofdman was van de Kereit (variante schrijfwijze: de Kere’itten). Om Toghril te overtuigen overhandigde Temoedjin hem de prachtige mantel in zwarte sabelpels die hij zelf als huwelijksgeschenk had gekregen.
 
Ondertussen deden de Tsjin een beroep op Toghril en Temoedjin om af te rekenen met hun vroegere Tataarse beschermelingen. De daaropvolgende nederlaag van de Tataren (1202) leverde Temoedjin groot succes op en Toghril de titel van Ong (Wang) Khaan.
Uit wraak voor de dood van zijn vader beval Chinggis:
Omdat ze onze voorouders en vaders gedood hebben, willen we ze offeren aan de wraak van onze voorouders en vaders. Aan de wielas zullen we ze neersabelen…
Dit kwam er op neer dat iedereen die uitstak boven de wielas onmiddellijk ter dood werd gebracht…Zo verdwenen de Tataren uit de geschiedenis.
 
Djamoeka sloot echter een bondgenootschap van stammen (o.a. de Naiman) tegen Temoedjin, maar ondanks zijn numerieke meerderheid werd hij door Temoedjin verslagen. Temoedjin dankte zijn overwinning aan een knap staaltje van psychologische oorlogsvoering: Hij beval zijn manschappen ’s nachts extra veel vuren aan te leggen, zodat de vijanden zouden denken dat zijn eigen kleine legertje veel groter was in aantal dan dat van Djamoeka:
Werd niet gezegd dat de Mangholen met zo weinig zijn? Ze kamperen echter over de hele steppe, en hun vuren zijn talrijker dan de sterren.
Uit angst voor de ‘overmacht’ van Temoedjin waren veel van Djamoeka’s soldaten overgelopen, omdat ze vreesden een op voorhand verloren strijd te moeten aangaan tegen de numeriek sterkere tegenstander. 
Ook Ong Khaan keerde zich tegen hem, maar moest het lot van Djamoeka delen.
             
Na het verslaan van de Naiman, werd Temoedjin in 1206 de onbetwiste leider van de Mongolen. Door zijn diplomatische talenten (uithuwelijken van zijn kinderen), charisma, organisatie van zijn leger, militaire sluwheid én wreedheid tegen zijn medeburgers te combineren, slaagde Temoedjin er definitief in om de stammen tot één enkele natie te verenigen. 
 
Men verleende hem dan ook de titel van opperste veroveraar: “Chinggis Khaan”.

Ondertussen hadden officieren van Djamoeka hun leider aan Chinggis uitgeleverd in de hoop bij de Khaan in de gratie te komen. Verraders konden echter bij Chinggis niet op genade rekenen en werden zonder pardon geëxecuteerd. Chinggis gaf zijn oude vriend de kans om zijn leiderschap te erkennen, maar deze antwoordde:
Toen ik voor je een makker moest zijn, was ik er geen. Nu heb je de volken om je heen getemd… De hemel heeft je de keizerstroon getoond. Je bent voorbestemd om de aarde te besturen. Wat voor een makker zou ik dan nu nog voor je kunnen zijn? 

Djamoeka verliet voor eeuwig de Mongoolse steppe toen zijn rug werd gebroken…

 

2.5. Het nieuwe Mongolië: Ingrijpende militaire en politieke hervormingen

 

2.5.1. Militaire hervormingen

 

De militaire hervormingen van Chinggis zouden een basis vormen voor de verdere militaire successen van het Mongoolse legers.

-                Alle mannen werden verplicht om vanaf 14 jaar hun militaire dienstplicht te vervullen, alleen artsen, begrafenisondernemers en priesters werden vrijgesteld

-                Chinggis voerde de jacht of de hulega in als militaire oefenmethode: De soldaten simuleerden de jacht op een fictief dier en probeerden op die manier de controle over hun paard te perfectioneren. Ook de jacht op ‘echte’ dieren werd vaak gezien als een militaire oefening.

-                De ordoe (het kamp) werd gebouwd met een vaste structuur

-                Het leger werd onderverdeeld in groepen van tien (arban), honderd (jagoen), duizend (minghan) en tienduizend man (tümen)

-                Hij reorganiseerde de structuur van de legerleiding volgens het principe van de meritocratie: militaire en politieke leiders werden gekozen omwille van hun verdiensten en niet omwille van hun afkomst! 

-                Als vaandel koos hij de Negen Banden van yakhaar, wat later zou uitgroeien tot het officiële vaandel van het rijk.

-                Het oprichten van de kesjig of persoonlijke lijfwacht van de Khaan, die uitgroeide tot een leger van tien eenheden van duizend man. 

-                Chinggis doorbrak de traditionele stamlegers en verspreide de afzonderlijke soldaten van een stam over meerdere divisies te verspreiden: zo verdwenen de oude stammendivisies geleidelijk aan, wat resulteerde in een sterkere eenheid van het Mongoolse leger

-                De soldaten werden professioneel getraind om te leren vechten als een grote eenheid en niet als individuen. Het leger was bovendien het brandpunt van loyaliteit tegenover de Khaan.

 

Onder Chinggis werd bepaald dat elke soldaat persoonlijk moest instaan voor zijn uitrusting. Deze bestond uit:

-                een zijden hemd

-                een maliënkolder

-                rieten schild en helm

-                twee samengestelde bogen: de Mongoolse boog had een trek-kracht van ongeveer 80 kilogram en kon meer dan 320 meter ver schieten. De boogpees werd aangetrokken met een stenen duimring – in plaats van met de vingers – wat de snelheid van het afvuren van pijlen enorm opdreef

-                zestig pijlen (in twee pijlenkokers)

-                in allerlei vormen en gewichten.

-                een zwaard

-                twee of drie speren (lichte cavalerie)

-                kromzwaard, strijdbijl, knots en vier meter lange lans (zware cavalerie)

-                kleding, kookpotten, gedroogd vlees, veldfles, vijlen om pijlen te scherpen

-                een zadeltas gemaakt van een koeienmaag, die waterdicht was en zo gebruikt kon worden om rivieren over te steken

 

2.5.2. Het paard als belangrijkste lid van het leger
 
Het paard was echter het meest waardevolle bezit van de Mongoolse ruiter. De dieren werden voor een periode van meer dan drie jaar getraind. De steppepaarden waren bekend om hun dapperheid en uithoudingsvermogen. De paarden moesten slechts een keer per dag drinken en konden onder de sneeuw zelf op zoek gaan naar gras. Meestal was het omwille van de zelfstandigheid van de paarden zelfs niet nodig om extra voedsel voor de paarden mee te nemen. Meestal kozen de ruiters merries omdat ze zowel de melk als het bloed konden drinken in geval van voedselschaarste in de strijd. Elke ruiter had tussen de drie en twintig paarden, zodat hij onafgebroken kon rijden. Een ruiter kon met gemak boogschieten van op zijn paard en zelfs slapen en eten.
Vaak vergezelde het rondtrekkende leger een kudde van ongeveer 10 000 paarden, onderverdeeld volgens kleur, om duidelijk het onderscheid te kunnen maken. Zwakke paarden werden gedood om op te eten, maar paarden die zich in de strijd dapper hadden gedragen werden gerespecteerd. In geval van zware verwondingen met kreupelheid tot gevolg werden ze wel afgemaakt. Als het paard enorm geliefd was door zijn meester werd het bij diens dood zelf ook gedood, zodat paard en eigenaar zich zouden kunnen verenigen in het leven na de dood.
De paarden kregen lichte zadels, gedecoreerd met zilver. Paarden van de zware cavalerie kregen zelfs harnassen, gemaakt van rundervel.
 
2.5.3. Tactieken
 
Het Mongoolse leger werd onder Chinggis uitgebouwd tot een goed gedisciplineerde, zeer mobiele en solide vechtmachine, die in heel de wereld zijn gelijke niet kende.
Nog voor het eigenlijke gevecht startte werden allerlei gemene middeltjes toegepast om de overwinning veilig te stellen. We kunnen gerust stellen dat de Mongolen meesters waren in de psychologische oorlogsvoering:
Voor de invasie werden altijd spionnen uitgestuurd of valse handelaars die niet alleen informatie probeerden in te winnen én valse informatie verspreidden over de omvang en wreedheid van het Mongoolse leger. Ook wanneer een stad net veroverd en verwoest was lieten ze enkele burgers in leven om het nieuws van de verschrikkelijke nederlaag aan de omringende steden te melden.
Terwijl het leger onderweg was liepen de soldaten op grote afstand van elkaar zodat de vijand de indruk kreeg dat het veel groter was. Chinggis zelf had in zijn laatste strijd tegen Djamoeka ook een dergelijke truc toegepast.

In de strijd zelf genoten twee tactieken hun voorkeur
-          de tulghma: De lichte cavalerie werd voorop gestuurd om de rechtervleugels aan te vallen terwijl de zware cavalerie ondertussen een zijbeweging maakte om de vijand in de rug aan te vallen
-          de mangudai: De lichte cavalerie viel in heuse zelfmoordstijl de vijand aan, trok zich wanordelijk terug en lokte de vijand uit om hen te volgen. De vijand ging hier gretig op in maar werd gelokt naar een hinderlaag van zware cavalerie…
 
Meestal was het Mongoolse leger in de minderheid, maar toch hielp sluwheid hen alweer uit de nood:
-          Ze vluchtten weg en zorgden op minstens twee dagreizen van de vijand te zijn, maar vernielden alles om hen heen zodat de vijand zich niet kon bevoorraden
-          Ze verborgen zich voor bijna twee weken, totdat het vijandelijke leger zich begon te ontbinden om hen dan bij verrassing aan te vallen. Bij de invasie van Rusland werd dit met succes toegepast.
 
Legereenheden communiceerden van op grote afstand met elkaar door het gebruik maken van fluitende pijlen, vuur pijlen, toortsen en vlaggen. Men gebruikte ook de koeriersdienst van de jam, waarbij om de 40 kilometers stations stonden om van paard te verwisselen. De koerier en zijn paard droegen belletjes zodat men ze al van ver hoorde aankomen en er geen tijd verloren werd om een vers paard voor hem klaar te zetten. Op die manier kon een koerier per dag tot 200 km afleggen!
 
Het leger had ook de beschikking over geavanceerd oorlogsmateriaal, dat ze over genomen hadden van de Chinezen:
-          De lichte katapult: Bediend door 40 man, schoot dit toestel projectielen van 100 kilogram bijna 100 meter ver
-          De zware katapult: Bediend door 100 man die lichtelijk zwaardere projectielen konden wegschieten dan hun collega’s met de lichte katapult. Het toestel schoot ook 50 meter verder. Vaak werden vaten met brandende teer afgeschoten zodat er op het slagveld een rookgordijn ontstond. Verder schoten ze ook brandbommen af, die wel niet zoveel schade berokkenden, maar wel heel veel vuur verspreidden. Deze wapens hadden vooral een psychologisch effect.

-          De ballista: Dit toestel leek op een grote kruisboog die zware pijlen afschoot vanop een afstand van 150 meter (ongeveer dezelfde afstand als de zware katapult), maar veel preciezer.

 
 
Dit oorlogsmateriaal werd vooral gebruikt bij het belegeren van steden. Meestal werden belegerde steden omringd met een houten palissade, zodat geen enkele boodschapper nog in of uit de stad kon. Deze tactiek hadden ze wellicht afgekeken van de Romeinse veroveraars. 
Enkele malen lieten de Mongoolse belegeraars zelfs rivieren van hun baan afwijken om een stad te laten overstromen…
 
2.5.4. Politieke hervormingen
 
Op politiek vlak werden ook tal van ingrijpende vernieuwingen doorgevoerd:
-          Het nokor-statuut kwam min of meer overeen met het middeleeuwse statuut van leenman tegenover zijn leenheer (in dit geval respectievelijk de nokor tegenover de Khaan)
-          Chinggis laat zijn grote Yasa vastleggen: De Yasa verwoordde de Mongoolse opvattingen over religieuze tolerantie, stelde priesters en religieuze instellingen vrij van belastingen, schreef de doodstraf voor in geval van spionage, desertie, diefstal, overspel en bij het derde faillissement van een koopman. Verder verbood de Yasa ook het wassen en urineren in stromend water, omdat men meende dat stromen en rivieren leefden. De Yasa werd de grondwettelijke basis van het rijk.
 
Over de Yasa zegt Chinggis zelf:
Als ze de wet overtreden, meld het me. Hebben ze de onthoofding verdiend, dan zullen we ze laten onthoofden. Hebben ze een pak ransel verdiend, dan zullen we ze op de grond leggen en een pak ransel geven.

3. Verdere veroveringen

3.1. Confrontatie met de Tsjin 

Na de verovering van Mongolië en het reorganiseren van het rijk én het leger is Chinggis klaar voor de rest van de wereld. De Mongoolse veroveringsmachine is nu niet meer te stoppen:
We geven hier een opsomming van de belangrijkste wapenfeiten:
 
1207
1ste inval in Hsi-Hsia (een rijk ten zuiden van Mongolië, onder de Gobi-woestijn) met de bedoeling om de 2de inval van 1209 te financieren
 
1209
2de inval in Hsi-Hsia: huwelijk tussen de koning van de Tangoeten en de dochter van Chinggis
 
1211
Start van veldtochten tegen de Tsjin (de Chinezen) Ondanks hun verdedigingsmuur (de Grote Muur) en hun overmacht aan soldaten worden de Tsjin verpletterd door Chinggis’ leger: van de 70 000 Tsjin-krijgers is bijna geen enkele overlevende! De Mongolen slagen er echter niet in om Tsjoeng-toe (hun hoofdstad, in de buurt van het hedendaagse Beijing) te veroveren
 
1213
Grote plunder -en moordtochten in het gebied van de Tsjin. Uiteindelijk huwt 
 
1214
Laatste poging om Tsjoeng-toe te belegeren: het resultaat is verschrikkelijk! De ganse stad wordt aan het zwaard geregen, tot huisdieren toe. Dit moet een voorbeeld zijn voor andere steden die zich niet willen onderwerpen.
 
1218
Overgave van de Koreanen: Onder de indruk van de wreedheid van de Mongolen geven de Koreanen zich zonder slag of stoot over aan Chinggis
 
Bij de val van Tsjoeng-toe geven niet alleen soldaten zich over maar ook tal van Chinese overheidsfunctionarissen en geleerden. Onder hun invloed deden de Mongolen de eerste stappen naar het overnemen van het bestuur van een veroverd land.
De definitieve verovering van de Tsjin zou echter pas enkele tientallen jaren later (nl. in 1234) voltooid worden.
 
3.2. Confrontatie met de moslims
 
Hoewel de verovering van de Tsjin nog niet volledig afgewerkt was, richtte Chinggis zijn aandacht al naar andere oorden. Deze keer moesten de moslims het ontgelden…
1216
Chinggis stuurt drie gezanten naar Samarkand (een stad van ongeveer 500 000 inwoners). De gezanten hebben een brief bij voor sjah Ala Al Din Muhammad II, waarin de sjah op vernederende toon aangesproken wordt: Chinggis noemt de machtige sjah namelijk ‘zijn zoon’. Een eerste stap naar oorlog is gezet.
 
1218
Mongoolse handelaars, waarvan men dacht dat het spionnen waren, worden door de Sjah vermoord én de Mongoolse onderhandelaars die om uitleg waren komen vragen. De oorlog is nu officieel begonnen. De sjah beschikt over een leger van 400 000 manschappen – dubbel zoveel als zijn Mongoolse tegenstander ! - en is zeker van de overwinning
 
1220
Via krijgslisten slagen de Mongolen er in om Boekhara, een belangrijke stad in het gebied van de sjah te veroveren. Chinggis laat de moskee gebruiken als paardenstal en de koran-houders als voederbakken. Hij spreekt de inwoners toe en noemt zichzelf ‘de straffe Gods’ die gekomen was omdat de inwoners gezondigd hadden. De inwoners worden uit de stad gejaagd, die volledig geplunderd wordt. Met de inwoners van Boekhara als levend schild voor zich én als lastige hindernis voor het leger van de sjah, slaagt Chinggis er in om Samarkand al na 5 dagen te laten kapituleren. Ook Otrar waar de sjah zich verscholen had wordt vernietigd. De gouverneur van Otrar wordt geëxecuteerd door in zijn ogen en oren gesmolten zilver te gieten. Alle veroverde steden worden geplunderd en met de grond gelijk gemaakt.
 
Chinggis zou Ala Al Din niet te pakken kunnen krijgen, want liever nog dan in Mongoolse handen te komen pleegde hij zelfmoord. Tijdens de zoektocht naar de Perzische leider werden echter niet minder dan 700 000 mensen in koelen bloede afgeslacht.
 
3.3. De laatste jaren
 
Na de succesrijke veldtochten tegen de moslims splitst het Mongoolse leger zich in twee delen: Chinggis trekt naar Afghanistan een het Noorden van India, terwijl Soebodai door de Caucasus en Rusland trekt. Het was niet onmiddellijk de bedoeling om het Mongoolse territorium uit te breiden, maar om zoveel mogelijk te plunderen. Tegenstand, hoe talrijk die ook was, werd genadeloos afgemaakt: Daarvan konden de Armeniërs en de Russen getuigen: Hoewel ze beiden in de meerderheid waren maakten ze geen schijn van kans tegen de Mongoolse cavalerie.
 
Chinggis was het vechten ondertussen beu geraakt: in een filosofische stemming – die niet bij hem paste – had hij de beroemde taoïstische wijze Tsj’ang Tsj’oen vanuit zijn klooster bij hem geroepen. Chinggis vroeg de geleerde of hij het elixir van het eeuwige leven kende, waarop de wijze negatief moest antwoorden…Chinggis was echter onder de indruk geraakt van de Taoïstische wijsheid zodat hij deze boeddhistische stroming tal van voorrechten verleende. In 1222 reisde hij naar terug naar Boekhara om er gesprekken te houden met de geestelijken over de deugden van de Islam. Chinggis kon het echter niet begrijpen waarom de moslims jaarlijks een pelgrimstocht naar Mekka maakten: Hoe kon God nu aanwezig zijn in een steen? Was God niet overal aanwezig hier op aarde? Toch vroeg de khaan aan de imams om voor hem te bidden. 
Uiteindelijk kon Chinggis zijn draai niet vinden temidden van de moslims en vatte in 1223 de terugtocht naar Mongolië aan, waar hij pas in1225 arriveerde. In zijn kielzog volgde een kilometerslange karavaan beladen met oorlogsbuit.
Maar ook hier kriebelde de microbe van het oorlog voeren… Hoewel hij al over de 60 was vertrok Chinggis in 1226 voor veldtocht tegen de Tangoeten, maar door een val van zijn paard moest hij verstek geven. Het werk werd echter voortgezet door zijn bekwame generaals.
 
Aan het begin van de zomer van 1227 was de oorlog tegen de Tangoeten bijna voorbij, de definitieve eindzege zou Chinggis zelf niet meer meemaken en dat voelde hij. Hij liet zijn zoons Ogodei, Toloei en Jaghatai bij zich roepen en verdeelde het rijk onder hen. Zijn laatste woorden werden opgetekend in de Mongoolse kroniek die na zijn dood werd opgesteld, de Geheime Geschiedenis van de Mongolen:
Mijn nakomelingen zullen goud dragen, ze zullen de meest uitgelezen spijzen eten, ze zullen de beste paarden berijden, ze zullen de mooiste vrouwen in hun armen houden en ze zullen vergeten aan wie ze dat alles te danken hebben.”
 
Chinggis zou het echter bij het verkeerde eind hebben: zijn nakomelingen zouden hem zeker niet vergeten!
 
Nadat hij aan zijn jongste zoon had uitgelegd hoe hij de veldtocht tegen de Tangoeten moest voltooien, liet hij zijn zonen zweren de oorlog tegen de Tsjin gezamenlijk voort te zetten. De Tsjin waren namelijk door het overlijden van de Mongoolse bezettende generaal in opstand gekomen.
Chinggis sloot zijn laatste woorden af met de legendarische zin:
            “Een daad is niet glorieus voor hij is voltooid.”
 
Zo stierf Chinggis op 24 augustus 1227. Zijn dood werd voor het leger geheim gehouden want dit negatieve nieuws zou wel eens een effect kunnen hebben op hun militaire prestaties tijdens de belegering van de hoofdstad van de Tangoeten. Toen de stadspoorten uiteindelijk opengingen, werden de Mongoolse soldaten op de hoogte gesteld van de dood van hun Grote Khaan. De krijgers vlogen naar binnen en maakten alle levende wezens binnen de stadsmuren zonder pardon af.
 
De tocht van de rouwstoet die Chinggis terugbracht naar de steppe waar hij was geboren nam vele weken in beslag. Onderweg werd iedereen die de stoet tegenkwam ter plekke gedood ‘om hun meester in een andere wereld te dienen’. De Grote Khaan werd begraven op de mythische plaats waar de Blauwe Wolf en de Damhert-hinde, de legendarische voorouders van de Mongolen, zouden gepaard hebben. Drie maanden lang lag het lijk van Chinggis opgebaard en vorsten en ambassadeurs van alle overwonnen naties kwamen hem de laatste groet brengen. Bij de uiteindelijke begrafenis werden veertig met juwelen getooide slavinnetjes en veertig van de beste paarden geofferd en naast hem begraven. Vervolgens reden duizend ruiters over de begraafplaats om alle sporen uit te wissen. En inderdaad… nog steeds is het graf van de legendarische leider niet gevonden.
 
3.4. Voortleven van Chinggis Khaan in het Mongolië van vandaag.
Overal in het straatbeeld in Mongolië duikt Chinggis Khaan op, zo bestaat er niet alleen Chinggis wodka, bier, fruitsap,… Daarnaast hebben ook hotels, reisorganisaties en banken, zijn naam gebruikt (voor het gebruik hiervan moeten ze wel extra taksen betalen!)
Ook op het Mongoolse geld prijkt de beeltenis van Chinggis.
De Mongolen hebben hun grote leider nooit vergeten!

4. Chinggis’ erfenis

Chinggis’ opvolgers hebben zijn laatste woorden ter harte genomen en de verovering van de wereld verder gezet. In feite was de Mongoolse expansie net begonnen bij de dood van Chinggis…

 

Vreemd genoeg heeft men Chinggis nooit gezien als de stichter van een groot rijk dat 4 x zo groot was als dat van Alexander (en veel duurzamer) en 2 x zo groot was als het Romeinse Rijk. Men zag Chinggis eerder als een woeste barbaar dan als een veroveraar. In het hedendaagse China roept hij zelfs nog steeds een gevoel van afschuw op! En terecht: alleen al het ingrijpen van Chinggis Khaan had miljoenen chinezen, waar de Mongolen niets van respect voor hadden, de dood in gejaagd: volgens een volkstelling uit 1195 telde het rijk van de Tsjin 50 miljoen inwoners, in 1235 waren dat er nog maar amper negen miljoen! Ondanks het feit dat deze cijfers wat overdreven kunnen zijn, geeft het toch een beeld van de Mongoolse wreedheid.

Het Mongoolse Rijk na de dood van Chinggis Khaan

En er zouden nog veel slachtoffers vallen! We geven hier een beknopte opsomming van Mongoolse veroveraars en hun militaire verwezenlijkingen, waarbij het helemaal niet de bedoeling is om hier exhaustief op in te gaan:

 
1230       
Ogodei Khaan zet de veroveringstocht verder. 
 
1234   
De Tsjin worden verslagen, hun dynastie wordt uitgeroeid. Ogodei was van plan om miljoenen boeren uit te roeien, maar de Chinese hoveling Jeh-loe Tj’oe-ts’ai overtuigde de khaan ervan dat hij op die manier grote belastingsinkomsten aan zijn neus zou zien voorbijgaan. Nu pas was de khaan overtuigd…
           
1235   
Bouw van de nieuwe Mongolenhoofdstad Karakoroem. Dank zij de koerierdienst van de Jam werd de khaan van al het nieuws in zijn rijk op de hoogte gebracht. Tijdens datzelfde jaar neemt de koeriltai, de Mongoolse raad, de beslissing om Europa binnen te vallen.
             
1237   
Het Mongoolse leger steekt de Wolga over: het Russische vorstendom Riazan valt als eerste. De stad wordt met de grond gelijk gemaakt, de prins en zijn familieleden werden gespietst op palen of levend gevild. Vrouwen (inclusief nonnen) werden verkracht. Daarna was Moskou aan de beurt en de stad Kozelsk die volledig in de as gelegd wordt.
             
1240   
Val van de steden Tsjernigov, Pereiaslav, Kiev en tal van andere Russische steden
             
1241   
Inval in Polen: Op 24 maart wordt Krakau geplunderd en verwoest. Tot op de dag van vandaag wordt dit herdacht. 
Een grote Hongaarse ‘bevrijdingsmacht’ onder leiding van koning Béla van Hongarije wordt verpletterend verslagen: Meer dan 60 000 Europeanen laten het leven in de strijd.
Middeleeuwse kroniek met de voorstelling van de confrontatie tussen Béla en de Mongolen.
Middeleeuwse kroniek met de voorstelling van de confrontatie tussen Béla en de Mongolen
 
1242   
De Mongolen maken onder leiding van Batoe de eerste verkenningstochten in Oostenrijk. Verkenners worden in de buurt van Wenen gesignaleerd.
In hetzelfde jaar overlijdt de khaan Ögodeï, wellicht een gevolg van overmatig alcoholgebruik. Dit betekent de redding voor Europa, want alle Mongolen trekken terug naar hun vaderland.
 
1245   
Organisatie van een Concilie door paus Innocentius IV: en van de belangrijkste problemen die ter tafel liggen is de Mongoolse dreiging. Er wordt beslist om missionarissen naar de Mongolen te sturen in een poging hen te bekeren tot het christendom. Een van hen was de franciscaan Johannes Carpini, die een uitgebreid verslag nagelaten heeft van zijn tocht naar de Khaan. Pas na twee jaar keert hij terug naar Europa.
 
1251   
Na een interne machtsstrijd wordt Mönke als nieuwe Khaan verkozen. Hij richt zijn pijlen niet meer naar Europa, maar naar de islamitische wereld.
De Vlaamse monnik Willem van Ruubrouk trekt naar de nieuwe Khaan in een poging hem tot het christendom te bekeren. Ruubrouks donderpreken halen echter niets uit. Zijn reisverhaal is vanuit het Latijn vertaald in het Nederlands.
 
1253   
De Mongolen starten de verovering van de islamitische wereld, een van hun generaals is de zeer bekwame Hülagü.
 
1258   
Verwoesting van Baghdad door Hülagü. Volgens Perzische kronieken stierven tussen de 800.000 en 2.000.000 mensen binnen de stadsmuren! Het overlijden van Mönke zorgt ervoor dat de verovering van de islamitische wereld stopgezet wordt.
 
1259       
Interne machtsstrijd bij de Mongolen
 
1260   
Ked Boeka, een Mongools aanvoerder wordt verslagen door een leger van Mammeloeken (oorspronkelijke soldaat-krijgers van Egyptische oorsprong). De mythe van de onoverwinnelijke Mongolen krijgt een serieuze deuk. Uiteindelijk laten de Mongolen hun plannen varen voor de verovering van de islamitische wereld.
 
In hetzelfde jaar wordt Koebilai de nieuwe Khaan. Hij zal zich, onder invloed van zijn vrouw Tsjabi ontpoppen tot een rechtvaardige vorst die het welzijn van zijn burgers hoog in het vaandel voerde
 
1266   
Koebilai laat zijn nieuwe hoofdstad Ta-toe (Grote Hoofdstad) bouwen, hij laat er intellectuelen van gans zijn rijk wonen. In 1271 kan hij zijn intrek nemen in deze nieuwe stad.
tsabi Koebilai
1271   
Koebilai verslaat de laatste haarden van Chinese autonomie tegen zijn gezag. Ta-toe wordt nu zelfs de enige hoofdstad van het Chinese (en Mongoolse) rijk. Met slechts enkele honderduizend Mongolen worden meer dan zestig miljoen Chinezen onder de knoet gehouden! Koebilai sticht in China de Joean-dynastie en zorgt voor een grote bloei in de Chinese wereld, zowel op economisch, sociaal als artistiek vlak. Het is dit China dat door Marco Polo bezocht en beschreven wordt en de Europeanen fascineert.
 
1274   
Koebilai onderneemt een eerste poging om Japan te veroveren. De aanval mislukt door een storm.
             
1281   
Ook de 2de inval mislukt, deze keer door een tyfoon die de Mongoolse vloot vernielt: Ongeveer 140 000 Mongoolse soldaten sterven in de tyfoon. De Japanners zien deze nieuwe storm die hen van een Mongoolse invasie redt als een goddelijk teken: de stormen werden ‘goddelijke winden’ genoemd (kamikaze). In datzelfde rampjaar sterft bovendien Koebilais geliefde Tsjabi
             
1294   
Als een droevig en ongelukkig mens sterft Koebilai. Hij was de laatste grote Mongoolse Khaan.

5. Middeleeuwse Europese opvattingen over de Mongolen

Brits manuscript met Gog en Magog
tekst van Mattheüs Paris

Lange tijd was het Verre Oosten, waar de Mongolen van afkomstig waren, voor de Europeanen terra incognita, onbekend gebied. Woonden er cynocephalen (hondenkopmensen) of monopedes (mensen met slechts één voet) of antipodes (mensen waarvan de voeten naar achteren gericht waren). En bovendien… welke dieren leefden in dat gebied? 

Eenhoorns? Goudzoekende mieren? Was het Verre Oosten ook niet het land waar de mysterieuze Priester Johannes woonde, die de Europese vorsten zou bijstaan in hun strijd tegen de islam? Omdat hij een groot moslimleger verslagen had (nl. dat van Ala Al Din) werd Chinggis Khaan geïdentificeerd met deze katholieke priester-koning.
Men vroeg zich ook af waar de wrede Mongolen vandaan kwamen die er in geslaagd waren het trotste, christelijke leger van koning Béla in 1241 te verslaan. Waren zij gezonden door Satan om Europa te straffen? Er bestond geen twijfel dat zij de nakomelingen waren van Gog en Magog, twee verschrikkelijke reuzen uit het Oude Testament. Men noemde hen de Tartaren, een naam afgeleid van het Latijnse woord tartarus, dat onderwereld betekent. De Kerk verleende hen zelfs de titel ‘Hamer Gods’. Men verwachtte zelfs het einde der tijden…
Midden deze sombere en apocalyptische tijden kreeg de fantasie van christelijke kroniekschrijvers vleugels.
Zo schreef Mattheüs Paris over hen:
Om de wreedheid en geslepenheid van deze mensen te benaderen, is geen laster erg genoeg; en om u kort in te lichten over hun verworden gewoonten, zal ik niets vertellen waarover ik ofwel twijfels of niet meer dan een mening koester, maar alleen wat ik met zekerheid bewezen acht en wat ik weet. De Tartaarse hoofdman, met zijn dinergasten en andere lotuseters voedden zich met hun karkassen als waren deze brood en lieten niets dan de beenderen voor de gieren. De oude en lelijke vrouwen werden aan de kannibalen gegeven… als dagelijks voedselrantsoen; zij die mooi waren, werden niet
opgegeten, maar verstikt door horden verkrachters, ondanks al hun kreten en smeekbeden. Maagden werden verkracht totdat zij van uitputting stierven; vervolgens werden hun borsten afgesneden om als delicatessen voor hun hoofdmannen achtergehouden te worden, en hun lichamen boden een onderhouden banket voor de wilden…
 
Naar alle waarschijnlijkheid had de auteur nog nooit iemand gesproken die een Mongool had gezien, laat staan dat hij er zelf een had ontmoet…

6. De Mongoolse erfenis

De Mongolen waren de laatste en meest vernietigende mogendheid die Europa vanuit de steppen binnen viel. Hoewel Europa gered was door de dood van Ögodei, had de Mongoolse invasie toch een groot effect gehad op onze geschiedenis:

  • de Mongolen hadden de Genuezen, die voor hen spioneerden, beloofd om alle andere handelsposten in de Krim in ruil voor deze dienst te vernietigen. De belofte werd ingelost, waardoor de Genuezen in dit gebied een monopolie kregen. Dit vergrootte de macht van deze handelsnatie nog meer…
  • De Russische economie werd door de invasies van de Mongolen volledig lamgelegd. De boeren verarmden, maar de aristocratie floreerde.
  • Zoals al eerder vermeld was de pest een laatste ‘afscheidscadeautje’ van de Mongolen. In de 14de eeuw zouden miljoenen mensen aan de Zwarte Dood sterven.
  • In Azië alleen al was ongeveer 30 % van de bevolking gesneuveld in de strijd tegen de Mongolen, met zware gevolgen op het vlak van landbouw…

 

Maar niet alles was negatief:

  • West-Europa kwam in contact met Azië door de talrijke handelsmissies die naar Mongolië gestuurd werden. De handelsroutes werden opengesteld en missionarissen mochten zonder hindernissen doorreizen. De Mongolen respecteerden immers handelaars en religieuzen.
  • Onder Koebilai kende China een zeer grote bloei, zowel op economisch als cultureel vlak
  • De Oosterse orthodoxe Kerk raakte geïsoleerd van Constantinopel en raakte meer en meer onafhankelijk van de moederkerk. Christenen werden door de Mongolen gerespecteerd. 
  • Novgorod werd het centrum van handel en kende een enorme bloei.
Rachid Al Din: gevangen Perzisch vorst wordt bij Chinggis gebracht

7. Strips over Chinggis Khaan

cover strip
cover strip

In het Nederlandse taalgebied bestaan twee reeksen die de opkomst en ondergang van Chinggis Khaan uitvoerig en prachtig geïllustreerd beschrijven:

Scenarist Simon Rocca en tekenaar André Houot brengen in vijf delen het afgewerkte relaas van de jeugd en oude dag van Chinggis Khaan. De reeks is historisch behoorlijk correct (gaande van kleine details uit het leven van Chinggis) en goed geïllustreerd. Op meeslepende wijze brengen auteur en tekenaar de lezer naar de jeugd van Temoedjin, waarbij ze een grote aandacht tonen voor de ontberingen van hun held. Chinggis wordt geportretteerd als een hartstochtelijk, onverzettelijk en wreed heerser.
Het unieke aan deze reeks is dat ze slechts uit vijf delen bestaat en in deze delen een afgewerkt verhaal brengt.
De Khan is uitgegeven bij uitgeverij Talent, telt 46 pagina’s en kost ongeveer 8 euro.
 
Hiernaast bestaat nog een andere reeks over de grote Mongoolse veroveraar.
In 1997 verscheen het laatste deel van Cingis Qan. Auteur Patrick Cothias en tekenaar Werner Goelen (Griffo) hebben deze schitterend geïllustreerde reeks nog niet afgewerkt en het valt te vrezen dat het bij deze drie delen zal blijven, hoewel er in het derde deel expliciet verwezen wordt naar de toekomst van de Khaan. 
Ook in deze reeks is er uitgebreid aandacht voor de ongelukkige jeugd van Temoedjin. Opvallend is dat Temoedjin bijna als een Europeaan wordt afgebeeld: blank, met Europese trekken, rood haar en een sikje. De figuur van Börte en Djamoeka krijgen in de drie delen telkens een grote rol.
Het is maar te hopen dat er ooit nog een vervolg komt aan deze prachtige reeks, maar duizendpoot Griffo heeft heel veel andere stripprojecten die commercieel veel interessanter zijn…
 
De reeks Cingis Qan is in hardcover uitgegeven bij uitgeverij Glénat, telt 48 pagina’s en kost ongeveer 10 euro.

8. Mongolen in computerspelletjes

Een van de beste strategiespelen ooit is wellicht ‘Age of Empires’ van Microsoft. Het spel kende ondertussen al verschillende uitbreidingen, o.a. ‘Age of Empires II: Age of Kings’ (1999). In dit spel kunnen militaire campagnes gevoerd worden en kan men o.a. de militaire veroveringstocht van Chinggis Khaan op computer naspelen!
Het spel is op meerdere vlakken historisch correct.
  • de Mongoolse cavalerie krijgt een grote rol
  • de inwoners van Mongolië wonen in Gers (tenten)
  • het belegeringsmateriaal van de Mongolen is in ruime mate voor handen
  • de militaire campagne volgt het traject van Chinggis op de voet
  • vlak voor elke afzonderlijke missie krijgt de speler historische informatie
  • het spel bevat ook een elektronische encyclopedie die tal van informatie bevat over de Mongoolse legers en de Mongoolse geschiedenis.
printscreen van pc-spel